Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd

Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd. In zekere zin gaat dit spreekwoord wel op denk ik. Ik ben namelijk niet zo’n ster in opruimen. Ik heb dan ook niet zo’n opgeruimd hoofd volgens mij.

Rommel opruimen dus. Niet een van mijn kernkwaliteiten. Nou ja, aan de ene kant kan ik heel goed opruimen. Ik heb nul komma nul problemen met dingen weggooien. Huppakee zo de grijze container in. Geeft een heerlijk opgeruimd gevoel. Tot grote ergernis van mijn vriend, die zelf nooit wat weggooit. Maar dat is een ander verhaal.

Enorme rommelkont

Ik ben dus geen ster in opruimen. Ik ben zelfs een enorme rommelkont. Dit kunnen mijn ouders beamen die vast erg blij zijn dat ik al 15 jaar het huis uit ben. Mijn bureau is structureel een chaos, ik gooi mijn kleren ’s avonds over een stoel, de keuken is een slagveld als ik kook, mijn koelkast is verre van gestructureerd en mijn schoenen en laarzen liggen verspreid door het hele huis.

Gelukkig hang ik nog net m’n jas op aan de kapstok als ik thuis kom. Hmmm kleine nuance. Vaak hang ik deze over een stoel in de keuken. En vervolgens wel chagrijnig worden als andere huisgenoten dit ook gaan doen…jassen horen aan de kapstok!

Vreemde opruimstrategie

Grappig is dat ik me er na 33 jaar pas langzaam van bewust word dat ik een hele rare opruimstrategie heb. Als ik wat op de grond zie liggen (een blaadje, billendoekjes, speelgoed, een stuk cracker, vieze sok, uitgespuugde dadel, wasknijper) stap ik er gerust overheen terwijl ik weet dat ik toch ècht degene ben die het moet gaan opruimen. Mijn twee kleine boeven gaan dit helaas niet doen. Tenzij ik ze chanteer met een Dora koekje maar die troef gebruik ik liever voor het avondeten.

Stomme knijper

Ik ben dus al minimaal vier stappen verder voordat ik me dit bedenk en ik moet dus eerst weer terug lopen om de wasknijper op te rapen. Vervolgens leg ik de wasknijper op het aanrecht omdat ik het te ver vind lopen naar het washok. Twee seconden later besef ik me wederom dat ik toch ècht degene ben die die stomme knijper op zijn plek moet gaan leggen.

Ik loop wéér terug, pak de knijper en loop naar het washok. Als ik pech heb kom ik onderweg naar het washok meer rommel tegen. Hier kan ik dan gerust wéér overheen stappen (ik heb immers mijn handen al vol met een wasknijper) en dan begint het spelletje weer van voren af aan. En ik eens begrijp ik waarom ’s avonds altijd zo moe ben.

Ben ik de enige met deze opruimstrategie? Zo niet, laat even een reactie achter. Misschien kunnen we een clubje oprichten.